Het verhaal achter het gedicht van dodenherdenking 2020

Net als in 2019 mag Mieke ook dit jaar weer een gedicht schrijven en voordragen tijdens de Dodenherdenking in Hilversum. Hoe komt zo’n gedicht eigenlijk tot stand? Mieke geeft ons een inkijkje in haar creatieve proces en hersenspinsels. Ook benieuwd naar het verhaal achter het gedicht van 4 mei 2020? Ga mee op ‘ontdekkingsreis' door het brein van onze stadsdichter.

”Dit jaar heb ik voor mijn doen heel lang gedaan over het schrijven van het gedicht. In eerste instantie wilde ik de corona crisis een rol geven in het gedicht”, vertelt Mieke. “Onze minister-president zei dat dit de ergste crisis is voor onze samenleving sinds de Tweede Wereldoorlog. Toch zat die gedachte mij niet helemaal lekker, want hoe reëel is die vergelijking nu echt?! In tegenstelling tot het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn we allemaal nog steeds vrij en zijn we juist meer dan ooit met elkaar verbonden. Überhaupt vind ik het te ver gaan om een vergelijking te maken met de Tweede Wereldoorlog. Na een hele tijd broeden heb ik dat corona idee dus maar laten varen.

Maar wat dan wel? Ik heb een poos geworsteld met een melodie. Ook dat idee is het uiteindelijk niet geworden. Een brief schrijven aan Anne Frank, dat leek mij ook wel wat. Onlangs las ik haar dagboek. Maar ook dat bleek niet hét idee te zijn! Zo gaat dat dus; ideeën in overvloed, die het uiteindelijk allemaal niet worden.

Wat het dan wel geworden is? Het gedicht is uiteindelijk ontstaan, nadat ik het boek ‘Bij ons in Auschwitz’ van Arnon Grunberg las. Dit boek is een samenvatting van getuigenissen van mensen die in het kamp geleefd hebben. De schrijfsels van deze mensen werden in flessen in de grond gevonden; soms pas tientallen jaren na het einde van de oorlog. Het raakte mij dat mensen onder zulke omstandigheden toch alles nog zo gedetailleerd vast hebben willen leggen. Dat kan ik mij goed voorstellen: het zegt zó onnoemelijk veel over hoe belangrijk het voor deze mensen was dat wij hen en het leed dat hun werd aangedaan niet vergeten. Ondanks dat geprobeerd werd om de joden uit te wissen, schreeuwden zij hun bestaansrecht uit door hun geschreven verslagen en lieten de wereld daarmee weten dat zij wel degelijk bestaan hebben.

In mijn gedachten legde ik de link naar de man Job in de bijbel. Job was een man die vreselijk moest lijden. In Job 19, vers 23-24 staat geschreven: ‘Werd alles wat ik heb gezegd maar opgeschreven! Werd er maar een boek van gemaakt! Werden mijn woorden maar voor eeuwig opgeschreven, met een ijzeren stift en gesmolten lood in steen.’
Ik denk dat Job hetzelfde verlangen had als de gevangen in Auschwitz. Het verlangen naar het schriftelijk vastleggen van onnoemelijk groot leed. Vastleggen zodat wij dit kunnen en mogen herdenken.

Uiteindelijk heb ik het gedachtengoed uit het boek ‘bij ons in Auschwitz’ gebruikt, evenals wat concrete gegevens uit één van de verslagen. Met mijn gedicht hoop ik mensen iets te laten proeven van het grote leed wat hun is aangedaan.”

Gedicht dodenherdenking 4 mei 2020

Zalman Gradowski 

 De hemel was een koperplaat
een etsnaald werd zijn pen.
Zijn lichaam is verkoold tot as
maar eeuwig klinkt zijn stem.

Hij stelde in een aardse hel
zijn martelgang op schrift
als flessenpost ter redding van
zijn nagedachtenis. 

Hij zag het crematorium
en gaf zijn schrift een graf
en na zijn dood verrees daar
zijn gedetailleerd verslag. 

Sara, Sore, Libe, Esther,
Refoël, Wolf: verbrand.

De as, las ik, woog per persoon
zeshonderdveertig gram. 

Dit overschot moest daarna nog
gedumpt in de rivier
opdat van hen niets overbleef
behalve op papier.

Zou God, die in de hemel woont
achter de koperplaat
gelezen hebben wat onder
zijn vloer geschreven staat? 

Die eeuwige gravure van
een moegestreden pen,
die bede om gerechtigheid,
een graf, een requiem.