Carla

Carla Honig-Lee en Eddy Jonker kennen elkaar van jongs af aan uit Hilversum en zijn elkaar tijdens de Tweede Wereldoorlog uit het oog verloren. Eddy is als Engelandvaarder bij de RAF in dienst gegaan als piloot. Carla bleef achter in Nederland. Na de oorlog zijn ze elkaar weer tegengekomen. Afgelopen jaren heeft Eddy zich ingezet voor de oprichting van het Museum Engelandvaarders dat in 2015 in Noordwijk door koning Willem-Alexander werd geopend. “We mogen boffen dat wij, Eddy en ik, hier samen in Nederland van de vrijheid kunnen en mogen genieten”.

Stel jezelf eens voor

“Ik ben Carla Honig-Lee (94) en dit is mijn partner Eddy Jonker (99)*. Geboren in Velp en sinds mijn eerste levensjaar, 1925, wonend in Hilversum. En verder, tja, huisvrouw geweest tot aan nu. Ik heb baantjes gehad vroeger hoor, maar niets bijzonders. Ik heb ook nog 6 jaar in Afrika gewoond met mijn man en kinderen in de jaren 70. Ik lees en bridge, ik wandel en ik golf nog een keer per week op de Hilversumsche Golf Club. Ik ben wel pittig voor mijn leeftijd zeggen ze”.

Gezin

Het gezin Lee bestond uit 5 personen. Vader, moeder en 3 dochters. Carla was de jongste van het gezin. “In 1939 kwam de KRO bij ons thuis op de Wernerlaan en vroeg of ze onze moestuin mochten kopen. Om hun kantoor uit te breiden. Een jaar later kochten ze ons hele huis op en hebben wij als gezin een huis laten bouwen aan de Berkenlaan. In dat huis hebben wij de hele oorlog doorgebracht, mijn moeder en 3 dochters waaronder ik. Mijn vader zat in Engeland gedurende de oorlog. Dus ja, een echt vrouwenhuishouden. Dat was wel prettig ook, want de Duisters hadden niet zo’n interesse in een huis vol vrouwen. Zo konden wij heel wat onderduikers helpen, ook in ons huis. Mijn vader was vlak voor de oorlog op reis naar Amerika. Toen hij onderweg terug was lagen ze voor anker in Portugal. Toen brak de oorlog uit en kreeg hij de keuze van de kapitein. Of van boord in Portugal en met de trein naar Nederland. Of mee terug richting Engeland. Hij koos voor het laatste, met het idee zijn diensten aan te bieden in Engeland. Hij is toen gaan werken voor het militair gezag. Toen Eddy in 1943 vluchtte naar Engeland heeft hij mijn vader nog ontmoet. Hij werkte als Manager bij een opvanghuis voor vluchtelingen en hij moest ook NSB’ers opsporen. Hij kwam als Majoor terug, maar we hebben eigenlijk nooit meer gesproken over die tijd”.

Oorlog

“Eigenlijk is het gek. Toen we als Nederland capituleerde, woonde wij net in onze nieuwe huis op de Berkenlaan. Onze verhuizer, Meneer Hovius, klopten bij mijn moeder aan met het verzoek of zij de vrouwen van de koopvaardij wilden helpen. Die hadden geen cent te makken. Daar heeft mijn moeder zich toen erg voor ingezet. Dat was het begin van de oorlog en direct daarna is zij bij het verzet gegaan. Daar heb ik toen natuurlijk veel van meegekregen. Bij ons kwam iedereen over de vloer. Marconisten, joden, verzetsmensen en veel onderduikers. Dat leverde wel spanning op, maar gelukkig is het altijd goed gegaan. We dachten eigenlijk nooit aan de consequenties, we deden het gewoon als gezin. Ik herinner me nog dat we een Joodse vouw in huis hadden die de spanning niet aan kon. Omdat wij als gezin zoveel deden nog was ze doodsbang. Iedere keer als de bel ging stond ze stijf van de schrik. Zij is ook niet lang gebleven. Weet je, het gekke is dat we eigenlijk heel gewoon leefden. Wij zelf zaten gewoon met onderduikers aan de eettafel. Lange Jan bijvoorbeeld, Jan Thijssen, hoofd van de Radiodienst, die woonde bij ons met zijn vrouw en hij ging ook gewoon over straat ondanks dat hij gezocht werd. Uiteindelijk is hij helaas ook opgepakt”.

De hele oorlog door had het gezin zo allerlei mensen in huis. Van de meeste personen wist Carla de naam niet eens. Maar de herinneringen zijn wel bijgebleven.

“Een van de mensen die bij ons ondergedoken zat maaide ook gewoon ons gras. Het klinkt gek maar we hadden gewoonweg weinig angst in die tijd. De enige echte schuilplek die wij in huis hadden was boven, bij de logeerkamers. Daar hadden we een verborgen ruimte achter een luik. Maar ook door de ligging van ons huis hadden we goed zicht op de straat. We konden auto’s van verre zien aankomen rijden. Tijdens de oorlog ging ik gewoon naar school. De huishoudschool in Amsterdam. Ik moest toch wat. Helaas stopte dat in 1943. Daarna zat je gewoon thuis. Er was niet veel meer te doen. Ik bracht nog twee keer in de week ergens een bericht heen, maar verder zat je gewoon thuis”.

Bevrijding

“Op een gegeven moment kregen we te horen dat de Engelsen en Canadezen kwamen. Via de Utrechtseweg zouden ze moeten binnenkomen. Daar stonden we dan te kijken en uiteindelijk kwamen de tanks eraan. Daar waren ze dan eindelijk. Toen wisten we dat we bevrijd waren. Wat een ontzettend fijn en vrij gevoel was dat, eindelijk van die bezetters af. Maar dat was het dan ook. Je dacht niet verder na. Niet aan de toekomst of wat komen ging, alleen maar aan nu. Je was blij als je een sigaret kreeg of een stukje chocola en we gingen uit met die kerels, de soldaten. Maar je hoorde ook dat het nog niet voorbij was. Dat er nog steeds mensen omkwamen, in Amsterdam bijvoorbeeld. De contrasten waren gewoon groot. Het leven kwam ook maar langzaam op gang. De hele toevoer van goederen en hulp moest via boten. Dus dat duurde en duurde. De verhalen kwamen langzaam ook op gang. Overlevenden van de kampen kwamen ook terug en die verhalen waren natuurlijk verschrikkelijk. Het is zeker niet zo dat we allemaal vrolijk en opgewekt waren".

Vrijheid

Voor Carla en Eddy is het momenteel lastig om te zien hoe de huidige generatie met vrijheid omgaat. Aan de ene kant beroept eenieder zich op de vrijheid die we hier in Nederland hebben en aan de andere kant zijn mensen vergeten dat vrijheid niet inhoudt dat je alles maar mag en normaal is. Vrijheid is nu misschien te vaak een politiek onderwerp geworden.

“Vrijheid houdt voor mij in de basis in dat de vijand vertrokken is en dat je je eigen land weer terug hebt. Dat klinkt misschien gek, maar dat betekent dat woord echt voor mij. Dat je weer mag denken wat je wilt en je niet hoeft te houden aan de wetten van anderen. Ik denk dat de huidige generatie vrijheid anders interpreteert en er anders mee omgaat. Vrijheid vergt discipline en daar ontbreekt het vaak aan tegenwoordig. Cultuur speelt ook zeker een rol bij de bepaling wat vrijheid is. Er zijn zoveel verschillen tussen mensen, zoveel culturen en iedere cultuur zal vrijheid op een eigen manier invullen. Neem vrijheid nooit als iets vanzelfsprekends. We moeten ons realiseren dat we in een vrij land leven waar je niet al te veel krijgt opgelegd. Je hebt vrije keuze, mag doen waar je goed in bent en moet vooral genieten van al de vrijheid die we hier in Nederland hebben. Maar toch lijkt het soms wel of de huidige samenleving niets heeft geleerd van de oorlog in het verleden. Maar laten we vooral optimistisch blijven”.

Bevrijdingsdag 2020

“Ik doe niet echt meer aan Bevrijdingsdag. Ik ga misschien naar de herdenking op de begraafplaats in Hilversum. Daar denk ik nog over na. Ik heb vroeger vaak in Hilversum meegevierd, maar de laatste jaren laat ik het aan mij voorbijgaan. Ik sta er tegenwoordig ook niet extra bij stil rond Bevrijdingsdag. Soms moet ik rond die tijd wel terugdenken aan vroeger, aan verloren vrienden en kennissen. Maar die gedachten en herinneringen heb ik altijd wel, niet speciaal rond Bevrijdingsdag. De oorlog blijft altijd in je zitten”.

Vrijheid voor jou?

“Alles! Vrijheid van wat je kan zeggen, wat je kan doen, je eigen keuzes kunt maken in het leven. Dat je niet vervolgd wordt omdat je anders bent en denkt. Maar dat je samen, met elkaar kunt leven als gelijken. We mogen boffen dat wij, Eddy en ik, hier samen in Nederland van de vrijheid kunnen en mogen genieten.”

* Naschrift: Eddy Jonker is helaas op 17 maart 2020, op 99-jarige leeftijd overleden.