Achter het Raadhuis, voor de zweefmolen,
ingehouden adem, schouders tot je oren
opgetogen in je stoeltje stap je
sip weer uit
boven de verwachting uitgegroeid.
Ik weet al hoe mijn trouwjurk eruit ziet,
acht jaar geleden uitgezocht
kanariegeel, kant op de rug
inmiddels op maat uitgerold
tot één draad gestold zweet.
Ik weet nog niet dat je
over vijf jaar niet meer past
op mijn schoot steek je uit
wauwel je jingle bells fonetisch mee
heb je geen idee van de maaltijden
in de weekboodschappen.
Wil je een feestje,
krijg je een draaiboek in Excel.
Hoe hoe hoe vroeg
Hoe hoe hoe vroeg hebben we
het overzicht ‘s ochtends
verloren?
Het pianoloopje kent de weg.
De bonk in het midden,
de kattenogen eromheen.
Vind je het nachtlampje nog steeds
mooi nu je weet hoe ze liggen,
schijnt het licht
anders?
Al is het misschien wel beter dat de perenbladvlo
niet weet dat de sluipwesp een ei
in haar heeft gelegd.
Maria Farag, Stadsdichter Hilversum
OPEN035, 29 augustus 2026